avondmaal.jpg

Historische achtergrond Heidelbergse Catechismus

De Heidelbergse Catechismus wordt gebruikt als belijdenisgeschrift (belijden is: naspreken wat God in de Bijbel zegt) in o.a. de Gereformeerde kerken (Vrijgemaakt).

Historische achtergrond Heidelbergse Catechismus

De Heidelbergse Catechismus is vertaald in vele talen en is de invloedrijkste en meest geaccepteerde catechismus van de catechismussen die geschreven zijn ten tijde van de Reformatie. Deze Catechismus word veel gebruikt voor onderwijs in de christelijke leer aan de jeugd (catechisatie) maar ook aan de hele gemeente (d.m.v. de catechismus prediking).

De Heidelbergse Catechismus werd geschreven in opdracht van keurvorst Frederick III, die regeerde over de Duitse provincie de Paltz van 1559 tot 1576. In die tijd was er nogal veel discussie rondom de leer van het avondmaal. Frederick III, een aanhanger van Calvijn, nam het initiatief tot het samenstellen van een nieuwe catechismus. Hij gaf deze opdracht aan Zacharius Ursinus (1534-1583), een dogmatiek-professor voor de opleiding van predikanten aan de Heidelbergse Universiteit. Ursinus schreef eerst een Grote Catechismus, waaruit hij daarna een een uittreksel maakte, zijn Kleine Catechismus1. Ook heeft Caspar Olevianus (1536- 1587), voor korte tijd hoogleraar aan de Heidelbergse Universiteit en daarna hofpredikant, een deel gehad in de samenstelling van de Heidelbergse Catechismus.

Een soort commissie, bestaande uit de leden van de theologische faculteit en enkele vooraanstaande predikanten (waaronder Olevianus), moest het manuscript toetsen dat op basis van beide catechismussen was vastgesteld. In Januari 1563 werd de Catechismus door een speciaal bijeengeroepen synode officieel verklaard. Dit resulteerde in de publicatie van de Heidelbergse Catechismus met een voorwoord van keurvorst Frederick III in februari 1563. De eerste editie was binnen een paar weken uitverkocht. Op wens van Olevianus werd in de tweede editie vraag en antwoord 80 over de roomse mis toegevoegd. Als vierde editie (Nov. 1563) was de Heidelbergse Catechismus opgenomen in de nieuwe kerkorde van de Paltz. Dit was om kerkorderlijke redenen gedaan, met het oog op de catechismus prediking in de middagdiensten.

De Heidelbergse Catechismus werd meegebracht naar Nederland door Petrus Dathenus. Als predikant van de Nederlandse vluchtelingengemeente had Datheen al in het jaar 1563 een vertaling van de derde Duitse editie verzorgd, die hij achter zijn Psalmberijming opnam. In een tweede editie van zijn kerkboek (1566) nam de catechismus zo'n prominente plaats in dat de hele bundel er vaak naar genoemd werd. De beroemde synode van Dordrecht (1618-19) heeft de Heidelbergse Catechismus getoetst en besloot het gebruik van de Heidelbergse Catechismus in de kerken aan te bevelen. Ook werden ondertekeningsformulieren aanvaard, die de ambtsdragers en hoogleraren moesten ondertekenen.

De Amsterdamse predikant Petrus Gabriel moet de eerste geweest zijn die een catechismus preek gehouden heeft. Catechismus prediking werd later voorgeschreven door de Noord-Hollandse provinciale synode van Alkmaar in 1573. Dat gebeurde ook door de synode van Dordrecht (1574), de nationale synode te Dordrecht (1578), de synode van Middelburg (1581) en die van Den Haag (1586). De Dordtse synode (1618-19) onderschreef deze regel. Ook vandaag is het nog steeds de gewoonte dat 's middags een catechismuspreek wordt gehouden (Artikel 66 van de Kerkorde).

Op de Dordtse synode (1618-19) werd de tekst van de Heidelbergse Catechismus niet vastgesteld4. Dus waren er voor lange tijd verschillende versies en uitgaven in gebruik. Volgens het besluit van de Generale Synode van Kampen (1975) werd een nieuwe, taalkundig gemoderniseerde tekst opgenomen in het Gereformeerd Kerkboek. De definitieve vaststelling van de taalkundig gemoderniseerde tekst van de Heidelbergse Catechismus (inclusief Schriftbewijs) heeft plaatsgevonden op de Generale Synode te Heemse (1984-85). Daarbij werd ook nadrukkelijk uitgesproken dat de schriftplaatsen alleen onderdeel van de belijdenis vormen wanneer ze in de tekst van de catechismus worden geciteerd.

Ursinus schreef beide catechismussen in het Latijn. Als bronnen gebruikte hij:

  • De Catechismus van St. Gallen uit 1527
  • de catechismus van Leo Judae (waarin de vragen door de leerlingen gesteld werden)
  • de Grote Catechismus van Geneve geschreven in 1542 door Calvijn
  • de Kleine Catechismus van Maarten Micron (1552)
  • de Korte Onderzoekinge des geloofs van A Lasco (1553)
  • de Emdense Catechismus van A Lasco (1554)
  • Ook heeft Luthers Kleine Catechismus het eindresultaat van Ursinus' werk beinvloed.

De "Zondagen' van de Heidelbergse Catechismus kunt u hier nalezen. 

Het is beter om een klein werkje goed te doen dan een grote klus half.