orgel.jpg

Formulier Openbare Geloofsbelijdenis

Als in een kerkdienst door veelal jongeren belijdenis wordt gedaan van hun geloof, gebeurd dat aan de hand van dit formulier. De predikant leest dit formulier op waarna de belijdeniscatechisanten in het openbaar daarop antwoorden.

Geliefden in onze Here Jezus Christus,

U bent verschenen voor God en zijn heilige gemeente, om belijdenis af te leggen van uw geloof en zo toegang te verkrijgen tot het avondmaal van de Here Jezus Christus 1.

Wilt daarom oprecht antwoorden op de volgende vragen:

Ten eerste:

Belijdt u dat de leer van het Oude en Nieuwe Testament, die in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en hier in de christelijke kerk geleerd wordt, de ware en volkomen leer van de verlossing is? 2 En belooft u bij de belijdenis van deze leer door Gods genade te blijven in leven en sterven?

Ten tweede:

Gelooft u Gods verbondsbelofte, waarvan u in de doop het teken en zegel ontvangen hebt? 3 En belijdt u, nu u de toegang vraagt tot het heilig avondmaal, dat u vanwege uw zonden een afkeer hebt van uzelf en u voor God verootmoedigt en uw leven buiten uzelf in Jezus Christus, de enige Verlosser, zoekt? 4

Ten derde:

Verklaart u, dat u van harte begeert God de Here lief te hebben en te dienen naar zijn Woord, te breken met de wereldse begeerten, uw oude natuur te doden en godvrezend te leven? 5

Ten vierde:

Belooft u zich te onderwerpen aan de kerkelijke vermaning en tucht 6, indien u zich – waarvoor God u genadig beware – in leer of leven misgaat?

Wat is hierop uw antwoord?
(Antwoord:) Ja.

(Het antwoord wordt door ieder afzonderlijk gegeven, nadat zijn naam genoemd is.)
(Daarna spreekt de voorganger:)

De God van alle genade, die u in Christus geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid, Hij zal u, na een korte tijd van lijden, volmaken, bevestigen, sterken en grondvesten. Hem zij de kracht in alle eeuwigheid! Amen (1Petr. 5:10, 11).

Zie ook: Wat is Openbare Geloofsbelijdenis?


1 Mat. 10:32; 1Tim. 6:12; 1Kor. 11:28, 29.
2
Rom. 15:4; 2Tim. 3:15; Mat. 24:13.
3
Gen. 17:7; Hand. 2:39.
4
Gal. 2:20; Hand. 4:12.
5
Ps. 119:10, 105; Ef. 4:20-24; 1Joh. 2:15-17.
6
Heb. 13:17.

 

Beleefd zijn kost niets, maar het is wel onbetaalbaar.