avondmaal.jpg

Pastoralia

Pastoralia 128: Hoe herken ik de christen?

Bijbeltekst : Efeziërs 5 : 15 t/m 20

Aan het begin van een nieuw seizoen is het wel eens goed je even te bezinnen. Even weer de puntjes op de i. Je weer even jezelf voor houden; hoe zit het ookal weer? Wat is mijn uitgangspunt? Waar sta ik? Zodat je weer met een frisse kijk aan de slag kan. En daarom stel ik deze vraag; Zien anderen een christen in mij? Ben ik herkenbaar als een kind van God? En hoe dan? Waar ziet men dat dan aan? Laten we eens proberen daar een antwoord op te krijgen.

In het algemeen.
Waaraan herken je nu de christen in het algemeen aan? ‘Aan hoe hij of zij zich kleedt’, hoor ik iemand zeggen. Dat is maar gedeeltelijk waar. In de orthodox reformatorische kring dragen de dames en meisjes rokken en in bepaalde kerken, ’s zondags ook een hoedje in de kerk. Ze vallen meteen op. Maar herken je daarin de christen? Je herkent in elk geval hun kerkelijke ligging. Ik ben ook mensen tegen gekomen die via hun kleding helemaal niet opvielen als ‘christen’, integendeel zelfs. Ze droegen motorkleding hadden een lange baard en tatoeages. Ze leken meer op een motorbende dan op een groep christenen. Dus hoe herken je hen dan als christen? Laten we één ding eerst eens vaststellen. De mens ziet wat voor ogen is, maar de Heer kent het hart. Hoe mensen zich kleden maakt je niet een christen, het kan het gevolg zijn van het feit dat je een christen bent. Nu hoor ik iemand anders zeggen ‘je kunt het zien omdat ze naar de kerk gaan’. Heel begrijpelijk, maar ook dit is maar ten dele waar. Niet omdat je naar de kerk gaat ben je een christen. Paulus schreef in Romeinen 9 : 6 en 7: “Want niet alle Israëlieten behoren werkelijk tot Israël, niet alle nakomelingen van Abraham zijn ook werkelijk zijn kinderen”. Met andere woorden, je kunt wel naar de kerk gaan, maar dat maakt je nog geen christen. Dat je naar de kerk gaat is eerder een gevolg, dan een kenmerk van het christen zijn. Iedereen kent toch wel de verhalen? ‘Zondag zit hij keurig in het pak op de eerste rij in de kerk, maar op maandag draait hij zijn medemens een poot uit’. Dat werd er eens van een zakenman gezegd. Maar hoe ziet men dan wel dat je een christen bent ? Niet aan je gezinssedan, of je driedelig pak. Ik deed belijdenis bij een al wat oudere predikant en die vroeg eens als test; ‘Hoe herken je een gereformeerd gezin’? Wij belijdeniscatechisanten moesten het antwoord schuldig blijven. Met een glimlach op zijn gezicht zei de Dominee; ‘aan een vader en moeder met minstens vijf kinderen en een harmonium’. Natuurlijk was dat een grap, want aan het aantal kinderen kan je niet zien of iemand gereformeerd is en zelfs niet aan dat harmonium. Maar het bepaalde ons wel bij de vraag, waaraan herken je een christen? De Heidelberger Catechismus zegt het zo; Vraag en antwoord 32; “Waarom wordt u een christen genoemd? Omdat ik door geloof een lid van christus ben en zo deel heb aan zijn zalving, om: als profeet zijn naam te belijden, als priester mijzelf als een levend dankoffer aan Hem te offeren en als koning in dit leven met een vrij en goed geweten tegen de zonde en de duivel te strijden en na dit leven in eeuwigheid met Hem over alle schepselen te regeren”. Dat is nog al wat ! Maar hoe kan je dat nu ZIEN? Aan anderen en aan jezelf?

In mijzelf.
Onze Bijbeltekst geeft een duidelijke hint. Je kunt het zien door de dingen die we doen, maar ook die we nalaten. Allereerst wordt gezegd dat een christen Zijn Naam belijdt. Daaraan herken je een christen, hij of zij komt er vooruit dat hij of zij bij Christus hoort en in Hem gelooft. Dat hij of zij Hem als zijn of haar Heer en Heiland heeft aangenomen. En vandaar uit maak je keuzes in je leven. Elke dag maken wij keuzes en telkens opnieuw betekent dat ook een keuze met of zonder Christus. Doe ik wat de Heer wil, of doe ik wat ikzelf wil. Paulus roept ons op in de brief aan de Efeziërs, 5 : 17; “Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil”. Of, om met de catechismus te spreken, maak van je leven een levend dankoffer voor de Heer. En de vraag die ik mezelf moet stellen is; Wil ik dat? Herken ik in mijzelf de hartelijke wil om God mijn Heer te dienen? Als je dat met een hartgrondig ja kunt beantwoorden dan ben je een christen. Want let wel, het alleen maar zeggen dat je in Christus geloofd is niet genoeg. Een Christen is een volgeling van Christus. En dat woord volgeling houd in dat je ook daadwerkelijk volgt. Het betekent, aan het werk! In je leven het waar maken dat je zegt dat je je Heer volgt. En dan is naar de kerk gaan niet genoeg. En ook niet de manier waarop je jezelf kleed. In heel je doen en laten moet je laten zien dat je een christen bent. Je kunt ZIEN dat iemand een christen is door zijn, van de wereld, afwijkende gedrag en overtuigingen. In de wereld is het feest. Het feest van het beest. Losbandigheid, dronkenschap, geweld en onrecht. Maar zegt Paulus dan in Efeziërs 4 : 20: “Maar zo hebt u Christus niet leren kennen”! En hij bedoelt dat hoort niet bij Christus en dus ook niet bij een christen. En daarom waarschuwt hij ons in vers 15 van onze Bijbeltekst: “Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen, maar als verstandige mensen”. Waar aan herken ik in mijzelf de christen? Waaraan kunnen mensen aan mij de christen herkennen? Als ik mezelf verstandig gedraag, doe wat de Heer wil en tegen de zonde en de duivel strijdt. Hoe? Door nee te zeggen tegen wat de Heer niet wil. En het ook niet te doen. ‘Maar misschien lukt mij dat niet, hoor ik iemand zeggen. De Duivel is sterk en zijn verleidingen ook. Ze appelleren aan mijn eigen gevoel. Het ging al fout bij Eva. En voor ik het weet ga ik onderuit’. Maar wat fijn, wat een geluk en wat een genade, wij kinderen van God mogen telkens weer opstaan en opnieuw beginnen. Als we Hem om vergeving vragen. Hij weet ook wel dat wij zondige mensen zijn, we zijn niet perfect en zullen dat ook niet worden hier op aarde, maar daarvoor is Christus dan ook gekomen.

Door Christus.
Uit onszelf houden we dat niet vol, die strijd tegen de zonde en de duivel. Maar vergeet niet we hebben een bondgenoot. En die bondgenoot leeft zelfs in ons. Die bondgenoot is de Heilige Geest. Een christen die zijn leven in de handen van zijn Heer heeft gelegd, zijn leven aan Hem wil offeren, leven wil naar Zijn wil, die ontvangt de Heilige Geest. Hij trekt bij jou in. In jouw hart. En Hij maakt het mogelijk naar Zijn wil te leven. Daarom roept Paulus op; “Maar laat de Geest u vervullen”, vers 18 van onze tekst. Dan kan je met een vrij en goed geweten leven, zoals de Catechismus zegt. Want wie zijn leven aan Christus geeft die is vrij. Ik ben vrij, want Jezus leeft in mij. Hij doet het vanaf nu. Wordt ik dan perfect? Gaat het dan nooit meer fout? Nee, wij blijven zwakke mensen. Maar Hij heeft daarvoor reeds betaald aan het kruis en daarom kunnen we verder, kunnen we telkens opnieuw beginnen. Wie zo als een vrij mens leeft, laat dat zien in zijn leven, dat kan niet anders Hij heeft levend water gedronken. “Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft”, beloofd Jezus ons in Johannes 4 : 14b. En net zoals zo’n bron opvalt, zal ook jij opvallen. Men zal aan jou kunnen zien dat je een christen bent, een volgeling van Christus Jezus, een kind van God. In je gedrag en in je opvattingen en overtuigingen. Dat blijft niet verborgen. Daar wordt je toch blij van? Daarvan kunnen we zingen, Psalmen, Hymnen en liederen in dank aan God, die onze Vader is in de naam van onze Here Jezus Christus. En het vooruitzicht is fantastisch, na dit leven mogen we in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regeren, als koningen. Wie wil dat nu niet? Laat dan nu koninklijk gedrag zien, zodat een beetje van Christus Majesteit van en via jou afstraalt. Dat is ons voorrecht. God zij dank.
F.L.

 

Afdrukken E-mailadres

Druk en stress zijn als onkruid. Wied het uit met Gods liefde en vrede.