Pastoralia

Pastoralia 125: Jezus vervuld jouw diepste verlangens.

Bijbeltekst Johannes 4 : 5 t/m 26.

Waar verlangt u naar ? Ik ben er bijna zeker van dat u verlangt naar het einde van de Coronatijd. En dat is begrijpelijk, wie verlangt daar nu niet naar. Maar toch waag ik het door te vragen. Waar verlangt u nu echt naar, wat is uw diepste verlangen? Velen zullen zeggen; dat ik mijn moeder weer kan knuffelen of dat ik mijn familie weer mag zien, zonder restricties. Een mens wordt pas echt mens in relatie tot andere mensen, leert de psychologie. Maar laten we nog een stapje verder gaan en laten we eens zien wat de Bijbel daar van zegt. Ik doe dat in vier korte stappen.

Erbij horen.
Er zijn bij mensen vier basis behoeften. Vier verlangens die onder heel ons denken en handelen liggen. En de eerste is; erbij horen. Waarbij? Ergens bij, bij de ander of bij een groep. Bij de familie, bij vrienden, bij een club. Een mens heeft de sterke behoefte bij anderen te horen. Ik zei het al in de vorige Pastoralia; de mens is een ‘kuddedier’. Wanneer je op je eentje bent, wordt je al snel eenzaam. Maar niet alleen eenzaamheid ligt op de loer. Het kan ook een gevoel van onveiligheid geven. En om eerlijk te zijn ontbreekt het dan ook aan correctoren. Je moet het niet alleen allemaal alleen uitzoeken, maar je hebt ook niemand die je kan corrigeren en je zo voor fouten kan bewaren. Sommigen kiezen zelf voor het isolement, anderen hebben een sociale stoornis waardoor ze geen aansluiting vinden. Maar er zijn er ook die min of meer gedwongen worden tot alleen zijn. Zo ook met de Samaritaanse uit onze Bijbeltekst. Kijk maar eens wanneer ze naar de bron komt om te putten, “het was rond het middaguur”, vers 6. Op het heetst van de dag gaat ze naar de bron. Dat doe je normaal niet. Anderen kijken wel uit om dan naar de bron te gaan, pff, veel te warm. Zo behoeft ze geen mensen te zien. Ze gaat erop dat ongebruikelijke tijdstip heen omdat ze een verleden heeft. En dat verleden speelt haar parten. En Jezus ontdekt haar daaraan. Hij kent haar verleden, haar toestand, maar ook haar diepste verlangen. Ze wil er weer helemaal bij horen. En willen we dat niet allemaal? Daarvoor heeft God iets moois bedacht, de kerk. Dat is de gemeenschap van alle heiligen. Dat is de kring van de kinderen van één Vader, van God. De Samaritaanse wil wel graag het water dat Jezus haar wil geven, maar alleen omdat ze dan naar de bron gaan, kan vermijden. Maar Jezus laat haar zien, dat wie van Hem dat levende water ontvangt zelf een bron wordt. En verderop in deze geschiedenis wordt zij dat ook in vers 39. Wij mogen er ook bij horen doordat God ons tot zijn kinderen heeft aangenomen door Jezus. Dus ookal ben je helemaal alleen, toch ben je nooit alleen, want je hoort bij Vader en bij Zijn Zoon en daarom woont Zijn Geest in jou. “Hij heeft immers zelf gezegd: Nooit zal ik u afvallen, nooit zal ik u verlaten”, Hebreeën 13 : 5b. Je hoort dus niet zomaar ergens bij, nee, je hoort bij de levende God en Zijn Zoon en bij hun familie; de kinderen van God, Zijn kerk.

Eigen waarde.
De tweede basis behoefte van de mens is; eigen waarde. Elk mens wil graag dat hij of zij van waarde is. En dat die waarde ook herkent wordt. Dat gevoel van eigen waarde versterkt je als mens. Je wilt een essentieel onderdeel van het geheel zijn. Gebrek aan eigenwaarde is destructief, het brengt mensen tot gevaarlijk gedrag soms. ‘Wat stel ik nu eenmaal voor? Ze moeten me toch niet. Ik kan er maar beter niet zijn’. Dat zie je ook bij deze Samaritaanse. Ze komt wat stiekem naar de waterput, op het heetst van de dag. De bevolking van Sichar laten haar waarschijnlijk wel voelen dat ze niets anders is dan een losbandige vrouw, niets waardig. En ook Jezus legt daar de vinger bij; “U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt, zei Jezus, u hebt vijf mannen gehad en degene die u nu hebt is uw man niet”, vers 17 en 18. Maar Hij doet dat niet om haar weg te zetten, af te schrijven. Nee, Hij wil haar laten ervaren dat ze waarde krijgt in Hem. Want is het u al opgevallen dat Jezus zichzelf hier aan haar bekent maakt? Er zijn in al de evangeliën maar weinig plaatsen waarin Hij zo direct is en dat nog wel naar een Samaritaanse. “De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de Messias zal komen, wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen’. Jezus zei tegen haar: ‘Dat ben ik, die met u spreekt’, vers 25 en 26. Jezus verwaardigd zich met haar te spreken én zich aan haar bekent te maken. Zodat ze weer waarde krijgt in haar eigen ogen. Een kind van God heeft waarde voor God, want Zijn eigen Zoon is voor jou gestorven. Het heeft de Vader heel wat gekost, dat doet Hij niet zomaar. In Christus krijg jij waarde. En daarom moeten wij ook elkaar waarderen, dat is; op waarde schatten. Wanneer je de ander waardering onthoudt doe je niet alleen die ander tekort, maar je beledigd ook onze Heer, die Zijn bloed ook voor die ander vergoten heeft. En in de gemeente dient dat al helemaal niet te gebeuren. Want een ieder heeft een waarde, want “ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door liefde”, Efeziërs 4 : 16b. Je bent dus van waarde en daaraan kan en mag je je eigen waarde ontlenen.

Competentie.
Elk mens wil wat kunnen. Dat is de derde behoefte. Vaak kijken mensen op naar anderen. ‘Was ik maar als hij of als zij? Want die is zo goed in….’. Maar dan vergis je jezelf. Elk mens heeft talenten gekregen van God. Gaven die Hij schenkt aan wie Hij wil. “maar iedereen heeft van God zijn gave gekregen, de één deze, de ander die”, 1 Korintiërs 7 : 7. Iedereen heeft gaven gekregen, dus ook jij. Misschien heb je ze nog niet bij jezelf ontdekt, maar je hebt ze wel degelijk. En in de kerk is er geen rangorde van gave. Elke gave werkt mee aan de opbouw van de gemeente. Of dat nu een preek maken is, of een pastoraal bezoek brengen, maar ook dat kopje koffie zetten in de kerk, die middag schoon maken bij een broeder of zuster van de gemeente. Elkaar tot een hand en een voet zijn. Alles is even belangrijk. Je kunt dus wel degelijk iets. En wil je weten welke gaven God geeft, lees dan 1 Korintiërs 12 eens. En kijk maar niet te veel naar anderen op. Naar Paulus of Petrus bijvoorbeeld, Paulus heeft zijn Heer vervolgd en moest bij zijn lurven worden gepakt door God zelf. En hij had een doorn in het vlees die hem nederig hield. Petrus heeft zijn Heer tot driemaal toe verloochend en geloof maar dat hij dat nooit vergeten is. Dus tegen hen opzien is niet nodig, het zijn mensen met hun zwakheden. En “Je hebt niet meer dan Mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid”, 2 Korintiërs 12 : 9. Ook in jouw zwakheid. En Jezus helpt je daarbij. “Mijn God zal uit de overvloed van Zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door Jezus Christus”, Filippenzen 4 : 19. Dat is een keiharde belofte. Dus doe wat je hand vindt om te doen, de Heer zorgt dat het goed komt. Je kan het, zeker weten.

Liefde.
En dan de vierde, maar zeker niet de laatste behoefte, ja, misschien wel de belangrijkste. Elk mens wil geliefd zijn. Hij of zij wil niet alleen zelf van iemand houden. Maar wil ook dat er van hem of haar gehouden wordt. Wanneer je geen liefde ervaart van je omgeving, dan leef je in een ijskoude wereld. Daar gaat een mens aan kapot. Maar er is er Eén die onvoorwaardelijk van je houdt. Die zelfs Zijn leven voor je over had. Een groter bewijs kan je niet krijgen. Jezus houdt van jou. Je moet die liefde alleen maar beantwoorden; ‘ja, Heer Jezus ik hou ook van U. Ik wil bij U horen, door U gewaardeerd worden en door U bekwaam gemaakt worden’. Hij is het die al onze diepste behoeften kan en wil vervullen. Als je Hem toelaat in je leven, je leven in Zijn hand legt, Hem de regie over je leven geeft. Dan wordt je een heel mens. Dan wordt je een echt mens. Een mens zoals God het bedoelt heeft. Dan wordt je een mooi mens. Geef je aan Hem over, je hebt niets te verliezen en alles te winnen. Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe. U alleen doorgrondt mijn hart, U behoort het toe. Laat mijn hart steeds bij U zijn. U laat nooit alleen. Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe.
F.L.

 

Afdrukken