voorhof.jpg

Pastoralia

Pastoralia 121: Ga mee naar Emmaüs.

Bijbeltekst: Lucas 24 : 13 t/m 32.

Wordt je er soms ook geen wijs meer uit? Moet je nu wel of niet de 1,5 meter afstand bewaren als je gevaccineerd bent? Ben je nu wel of niet meer besmettelijk als je bent gevaccineerd? En hoe zit dat nu met die vaccins van AstraZenica en Janssen? De informatie buitelt over elkaar. De één zegt dit de ander dat? Hoe zit het nu precies? Vragen, vragen en nog eens vragen. En het schijnbaar zwalkend beleid helpt daar ook niet bij. Verwarring alom. Hoe moet je hier nu mee omgaan? Waar haal ik de juiste informatie vandaan? Laten we eens kijken hoe dit ging in onze Bijbeltekst, misschien kunnen we daar iets van leren.

Verwarring.
Twee mannen zijn op weg van Jeruzalem naar hun woonplaats Emmaüs, ongeveer 11 km van Jeruzalem verwijderd. Ze zijn verdrietig en in opperste verwarring. Ze waren in Jeruzalem en zijn getuigen geweest van de kruisiging van Jezus van Nazareth. Diezelfde Jezus die een kleine week daarvoor, onder gejuich Jeruzalem was binnen gereden op een ezelsveulen. Ze dachten, nu gaat het gebeuren. Maar nu is Jezus dood en begraven. Ze snappen er niets meer van. Hij was toch de Messias? Maar volgens de Joodse leer zal de Messias nooit sterven, dus hoe zit dat dan? Zaten zij verkeerd? Heeft Hij hen maar wat op de mouw gespeld ? Ze zeggen zelf hierover; “Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is”, vers 21. Hoe zit dat nu? En dan die vrouwen, “Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht”, vers 22. Ze willen ons doen geloven dat Jezus aan hen verschenen is. Nou, ze snappen er niets meer van. Op verwarring kunnen er grofweg twee reacties plaatsvinden. Enerzijds, je gaat op zoek naar antwoorden en je rust niet voordat je weet hoe het zit. Soms hoor je van mensen, die obsessief bezig blijven en zich steeds verder in de materie inlezen en inwerken. Ze zijn niet echt deskundig, maar verzamelen elk snippertje informatie dat ze kunnen vinden. Het gevaar daarvan is dat ze, zonder het te willen, in één of andere complottheorie verzeild raken. En dan ben je nog verder van huis. Anderzijds is er het blote ongeloof. De conclusie die uit de verwarring wordt getrokken is dan; het zal wel niet waar zijn. En dus wordt alles wat men er over verder hoort niet langer meer geloofd. Dat was de eerste reactie van Tomas. Eén van de twaalf leerlingen, nota bene, zie Johannes 20 : 24 t/m 29. Na al die verwarring en door de gefragmenteerde waarneming van hemzelf kon hij niet geloven wat de overige leerlingen hem vertelde, dat Jezus aan hen verschenen was. En zeg nou zelf, hoe zou jij reageren? Stel, je was erbij geweest daar op Golgotha. Je hebt met eigen ogen gezien dat Jezus aan het kruis hing. Je hebt Hem horen roepen “Vader in Uw handen leg ik mijn geest”, Lucas 23 : 46. Je hebt gezien hoe Jozef van Arimathea Hem van het kruis haalde en in zijn eigen graf legde en de steen voor de ingang rolde. Je ogen hebben je niet bedrogen. En dan hoor je die verhalen van de vrouwen, de Maria’s en van de overige leerlingen. Zou jij dat geloven? De twee mannen uit Emmaüs, twee gewone volgelingen van Jezus, dus niet van de twaalf leerlingen die voortdurend met Hem mee optrokken, kunnen er ook met hun verstand niet bij. Omdat hun ogen, hun eigen ervaring, hun eigen waarneming anders was. Maar zij reageren anders dan Tomas. Maar blijft nog steeds de vraag; hoe zit het nu? Ze raken er niet over uit en vertellen alles aan hun metgezel op weg naar Emmaüs. En dan komt het antwoord.

Verlichting.
Hun metgezel luistert geduldig als ze Hem alles vertellen. Ze verbazen zich erover dat Hij het niet weet wat er is gebeurd. Ze lopen helemaal leeg. Wat ze echter zelf niet door hebben is dat ze zelf de puzzelstukjes in handen hebben. Als je hun verhaal in onze Bijbeltekst leest, dan blijkt dat achteraf. En wat doet Jezus nu, want Hij is hun metgezel? Hij gaat er niet tegen in, zo van; ‘nee, jullie zien het helemaal verkeerd’. Nee, Hij herinnert hen aan de weg die hun vragen kan beantwoorden, maar wel met een licht verwijt. “Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben?”, vers 25. Jezus zegt eigenlijk; ‘denk toch eens na, gebruik je verstand. Heb je de Bijbel niet gelezen? Ben je vergeten wat je is geleerd?’ Want dat was het geval. De twee mannen hadden degelijk onderwijs in de Joodse geschriften van het Oude Testament gehad, zoals de meeste mannen in Israël. Jezus zegt eigenlijk; Ad Fontus, terug naar de bron! En dan begint Hij de schriften uit te leggen te beginnen bij Mozes en de Profeten. Daarmee bereikt Hij twee dingen. Allereerst laat Hij zien dat je niet obsessief bezig moet gaan met het zoeken van allerlei informatie, want dan verzamel je wel veel puzzelstukjes, maar heb je nog niet de puzzel compleet. Zoek een betrouwbaar deskundige die je kan helpen die puzzel te leggen. Die je de weg wijst. En dat doet degene die zelf het Woord is. Hij legt het woord uit. Daarmee schijnt Hij licht op de zaak, de gebeurtenissen. Psalm 119 zegt het al; “Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad”. Hoe we moeten staan tegenover complottheorieën heb ik in de vorige Pastoralia laten blijken, maar om te voorkomen dat je daarin verzeild raakt, moet je je laten voorLICHTEN door het Woord van God. Ten tweede geeft dit ook een antwoord op het ongeloof. Kijk nu eens wat er in de schriften over Hem, de Messias gezegd is. En kijk dan naar wat er is gebeurd. De Joods leer van het Sanhedrin moet je ook aan de Schriften toetsen. De Messias zal niet sterven, zeker. Maar de Messias zal wel moeten lijden. Dus het lijden aan het kruis is niet in strijd met de Messiaanse weg. ‘Ja, zal je misschien zeggen, maar ik heb toch liever, zoals Tomas, dat ik zelf de Heer kan zien en mijn handen in zijn wonden kan leggen. Dat zou beter zijn voor mijn geloof’. Denk je dat echt? Kijk eens wat Jezus daar zelf van zegt; “Omdat je mij gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven”, Johannes 20 : 29. Eigenlijk zegt Jezus hier dat je vertrouwen moet hebben in de gegevens, in wat je wordt uitgelegd. En Hij geeft het goede voorbeeld daar op die weg naar Emmaüs. Ik denk stiekum wel eens, wat zou ik daar graag bij zijn geweest. Een betere preek en een betere predikant bestaat er niet. Maar toch gaat het lampje nog niet aan. En daarom gaat Jezus nog een stap verder met hen.

Verlossing.
Kleopas en zijn vriend zijn blijkbaar nog niet echt overtuigd. Want blijkbaar zitten ze nog met vragen. En ik denk dat vooral die vraag, over de Messias die niet sterft, hen nog bezig zal hebben gehouden. Om kort te gaan ze nodigen Hem aan de maaltijd. Niet alleen vanuit oosterse gastvrijheid, maar ook omdat ze nog niet met Hem klaar zijn, vermoed ik. Maar Jezus is ook nog niet met hen klaar. Want Hij weet wel degelijk wat er is gebeurd, maar zij weten dat duidelijk nog niet. En aan die maaltijd komt het verlossende gebaar. Jezus breekt het brood en plotsklaps herkennen ze Hem. Het is toch waar! Ja, de Messias sterft niet. In die zin dat Hij de Heer van het leven is. Hij heeft de dood overwonnen. En is na drie dagen weer opgestaan uit de dood. Plotseling vallen alle stukjes van de puzzel op hun plaats. Hun brandende vragen worden volkomen beantwoord. Ze merken dat ook zelf op; “Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?”, vers 32. Gods Woord overtuigd, op schrift en in eigen Persoon. De Heer is waarlijk opgestaan! Een verlossend wonder. En dat is opgeschreven voor ons. Waarom? “Opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en omdat u door te geloven leeft door Zijn Naam”, Johannes 20 : 31. Zoekt u antwoord op uw vragen? Ga naar de bron? Laat u voorlichten door hen die het weten, die deskundig zijn. Ga mee naar Emmaüs en laat u, al wandelend in uw leven, uitleggen hoe het zit. Want dan wordt u verlost en wijs, ten leven, ja, ten eeuwige leven.
F.L.

Afdrukken E-mailadres

Er is altijd wel iets om dankbaar voor te zijn.