avondmaal.jpg

Pastoralia

Pastoralia 117: Christen zijn met compassie.

Bijbeltekst: Lucas 10 : 25 t/m 37.

Heeft u in deze coronatijd wel eens iets gedaan voor iemand die alleen is ? Een paar boodschappen gehaald of een bloemetje gebracht. Of heeft u zelf dat mogen ontvangen? Het blijkt in deze tijden zo belangrijk om naar elkaar om te zien. En we hebben mooie dingen gehoord en gezien, prachtige initiatieven zijn er ontwikkeld. Dat was altijd al nodig, maar zeker in deze zware tijden. Zo ben je niet alleen even een zonnetje in iemands leven, nee, zo breng je zelfs iets van Christus liefde in iemands leven. Hoe zit dat? En kan ik dat? We gaan daar samen eens naar kijken. Dit is nummer twee van het drieluik; Christen zijn….

Zien.
Er is een man onderweg. Hij behoort niet tot het volk. In onze Bijbeltekst is het een Samaritaan. In onze tijd zou het best een allochtoon kunnen zijn. De weg die hij gaat is een gevaarlijke weg. Niet omdat de weg zelf slecht is, maar omdat er langs deze weg vele spelonken en grotten zijn waarin zich allerlei gespuis ophoud, struikrovers. En wanneer hij zo al een tijdje onderweg is ziet hij een man langs de weg liggen, meer dood dan levend, zwaar gewond. Hij is beroofd en mishandeld en voor dood achtergelaten. Hij stapt af van zijn rijdier, waarschijnlijk een ezel, en gaat meteen naar hem toe. Tussenhaakjes, wanneer ik dit schrijf spookt telkens het lied van Frank Boeijen door mijn hoofd; Zwart wit. De Samaritaan is overigens niet de enige die langs gekomen was. Voor hem kwam er eerst een Cohen, een priester langs en daarna een Leviet. Wat deed dan die Samaritaan afstappen? De Cohen zag de man liggen en zag in hem een bedreiging. Een bedreiging voor de uitoefening van zijn ambt. Want als de man dood zou zijn en hij hem zou aanraken, dan was de Cohen onrein en kon hij geen dienst doen in de Tempel. Ook de Leviet zag in hem een bedreiging, eveneens voor zijn dienst in de Tempel, waarschijnlijk als Tempelzanger of als helper van de priesters. Ook hij zou onrein worden en dan niet in de Tempel mogen komen. Maar die Samaritaan, wat zag hij? Hij zag een mens in nood. En daarom stapte hij af. Waarom vertelt Jezus dit verhaal? Hij vertelt dit om die wetgeleerde anders te leren zien. Hij vroeg aan Jezus; “Wie is mijn naaste”?, vers 29. Nu is het niet zo dat Jezus dacht dat die wetgeleerde dat niet weet, maar de wetgeleerde heeft een verkeerde kijk op wie zijn naaste is en daar wil Jezus hem aan ontdekken. Ook voor ons geldt dat, wij hebben, zonder dat we dat beseffen, allerlei vooronderstellingen en misschien ook wel vooroordelen. We nemen van alles aan en gaan daar dan van uit, zonder dat we daar echt zeker van zijn. En dat vertroebeld onze juiste kijk op zaken en op het leven zelf. Neem nu die Cohen en die Leviet. Ze wisten helemaal niet of de man dood was, namen dat maar aan en kozen er voor om zijn nood te negeren. Op de televisie was er een programma van Thijs van de Brink over Trump. Hij voerde allerlei gesprekken met christenen in de Verenigde Staten die Trump steunden. En daar was ook een dominee bij. Toen Thijs vroeg naar hoe hij met de armoede in de VS omging en in het bijzonder met de armen, was het antwoord van de dominee, ‘armoede is je eigen schuld. Daar deed hij niets voor’. Een vooroordeel en een aanname, die de dominee doet wegkijken, net als die Cohen en Leviet. Want wie zich werkelijke in het vraagstuk van de armoede verdiept komt er achter dat het vaak heel anders ligt. Maar zo keek de dominee er tegenaan. Hij zag een bedreiging en niet de nood. Maar Jezus kijkt anders!

Voelen.
“Toen Hij ( Jezus ) uit de boot stapte, zag Hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder en Hij onderwees hen langdurig”, Marcus 6 : 34. In de oude vertaling staat; “Hij werd met ontferming over hen bewogen”. Ook in Mattheüs komt deze term wel een paar keer voor, Mattheüs 14 : 14 en 20 : 34 en ook in Lucas komen we het een paar maal tegen. Zo kijkt Jezus naar ons mensen. Hij kijkt met Zijn ogen én met Zijn hart. “Kijk niet zwart, kijk niet wit, kijk niet zwart wit, maar met de kleur van je hart”, Frank Boeijen. Zo kijkt Jezus met de kleur van Zijn hart. En zo keek de Samaritaan ook. Hij zag geen bedreiging. Hij zag een mens die in nood was. Iemand die zwaar gewond en op sterven na dood was. Hij werd met ontferming bewogen of hij “kreeg medelijden toen hij hem zag liggen”, vers 33. Hij had compassie. Jezus laat hier aan de wetgeleerde eigenlijk zien hoe Hij zelf naar de mensen kijkt. Hoe Hij ziet wie Zijn naaste is. De Samaritaan dacht niet aan zichzelf, ook hij bevond zich op die gevaarlijk weg. Misschien waren die boeven wel in de buurt. Hij dacht ook niet aan zijn eigen belangen. Hij was op reis, vast en zeker met een doel. Misschien wel voor zaken. Maar hij stapt af en vergeet alles. Hij heeft alleen maar oog voor die man. Want hij keek met zijn ogen én met zijn hart. In de Nieuwe Bijbelvertaling is gekozen voor het woord medelijden. Dat vind ik jammer. Beter zou zijn medeleven. Want je kunt medelijden hebben als je erge en zielige dingen ziet. Zoals die reclames tegen hongersnood of anderen, op televisie, die allemaal vreselijke beelden laten zien. Je voelt dan misschien medelijden. Maar nadat de reclame is afgelopen, ga je weer over tot de orde van de dag. Medeleven is iets anders, je doet iets met je gevoel, je komt in actie. Jezus doet ook iets!

Doen.
De Samaritaan komt in actie. Hij verzorgt de mans wonden. En tilt hem op zijn rijdier. En hij brengt hem naar een herberg. Hij vraagt de herbergier om hem te verzorgen en geeft hem bovendien nog eens twee Denarie, daar kon hij twee tot drie weken van worden verzorgd. Zo’n groot bedrag was dat. En dat voor een gewonde Jood, de Joden keken neer op de Samaritanen en moesten niets van hen hebben. Ze haatten hen zelfs. Maar de Samaritaan belooft zelfs op de terugweg weer langs te komen om de overige kosten te voldoen. Hij gaat niet één mijl, maar veel verder met hem. Echte compassie, recht uit het hart, gaat zo ver. Jezus vlecht hier meteen één van zijn woorden uit de Bergrede in de gelijkenis in; “En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel”, Mattheüs 5 : 44 en 45. Jezus zegt eigenlijk, kijk die Samaritaan heeft het begrepen. Hij heeft zijn vijand lief. Hij bewijst hem zijn liefde in zijn zorg. Dat is een kind van de Vader in de hemel. Het is niet de eerste maal dat Jezus de wetgeleerden beschaamd doet staan door te wijzen op het geloof van niet-Joden. De wetgeleerde heeft zijn antwoord en moet bedremmeld toegeven wie zijn naaste is. En Jezus zegt dan: “Doet u dan voortaan net zo”, vers 37. En wat doet u ? Hoe reageer jij? Kijken wij weg? Negeren we de nood? Hebben we wel medelijden, misschien, maar geen medeleven? Jezus gaf het goede voorbeeld. Hij had de mensen lief. Hij was met ontferming, met compassie bewogen. Hij gaf zelfs Zijn leven voor ons. Opdat wij van onze nood bevrijdt zouden worden. Hij zag en voelde compassie en Hij deed wat. Hij ging de weg van het Kruis. Zijn compassie leidde tot pasen. Het kostte Hem wat, Zijn leven, Zijn kostbaar bloed. Daarom mag het ons ook wat kosten. En die kosten wegen niet op tegen wat Hij voor ons heeft betaald. Een volgeling van Christus, leeft vanuit compassie, hij ziet, hij voelt en hij doet. Dat hoort bij elkaar. Daarom is omzien naar elkaar niet maar een hobby voor enthousiaste kerkleden, maar een christelijke grondhouding. Wie Christen zegt, zegt Christus en wie Christus zegt, zegt liefde. En Jezus Christus kijkt nooit weg. Hij is met ontferming bewogen. Laten wij dan het volgende doen; “Ik wil jou van harte dienen en als Christus voor je zijn. Bid dat ik genade vind, dat jij dat ook voor mij kunt zijn”, Opwekking 378 : 1. Dan leven we in de compassie van Christus en betonen we ons kinderen van de Vader.
F.L.

Afdrukken E-mailadres

Een gebed hoeft niet lang te zijn zolang het maar uit de grond van je hart komt.